Menselijke ingrepen hebben er in de afgelopen 150 jaar toe geleid dat de waterbeschikbaarheid op de hoge zandgronden afneemt. Dit is het gevolg van onder andere de toename van verdamping door aanplant van meer naaldbos (altijd groen), onttrekkingen, ontwatering van de flanken, toenemende verstedelijking en inpolderingen.
Hierdoor zijn knelpunten met betrekking tot waterbeschikbaarheid ontstaan – zowel voor natuur als voor grondwateronttrekkingen voor landbouw, industrie en drinkwater.
Deze knelpunten vertalen zich in een kwetsbaar, niet klimaatrobuust water-ecosysteem, waardoor, bij uitblijven van verdere maatregelen, de ecologische (N2000) en KRW-doelstellingen voor de hoge zandgronden niet of moeilijk behaald zullen worden.
Grondwateraanvulling (grofweg het verschil tussen neerslag en verdamping) in de infiltratiegebieden, is de drijvende kracht achter het regionale watersysteem van de hoge zandgronden.
Echter, de verdamping door verschillende bostypes (monoculturen naaldbos, gemengd loofbos) en daarmee de grondwateraanvulling op de hoge zandgronden is op dit moment onvoldoende nauwkeurig in beeld. Daarbij is het onduidelijk hoe in een veranderend klimaat de balans tussen verdamping en extremere neerslag zal doorwerken naar de aanvulling van het grondwatersysteem en daarmee naar vernatting of juist verdroging van gebieden.
Deze onzekerheid belemmert het maken van de juiste afwegingen over watersysteem- en bos-ecosysteemgerichte maatregelen in het landschap om grondwateraanvulling en -onttrekking blijvend met elkaar in balans te brengen en de biodiversiteit en andere ecosysteemdiensten van het landschap te behouden.